Galerij

Contante waarde-berekeningen

In de praktijk blijkt nogal eens dat er verschillende ideeën bestaan over het berekenen van de contante waarde van een in de toekomst te betalen (fiscale) claim.
In de simpelste vorm is de contante waarde van X gelijk aan X/(1 + i)^n, waarbij X het toekomstige kapitaal voorstelt, ‘ i’ het interestpercentage en ‘n’ het aantal jaren gerekend vanaf heden.
Voorbeeld: stel, je moet over 10 jaar na heden een bedrag betalen van euro 100.000. De vraag is dan hoeveel je op dit moment nodig hebt om over 10 jaar die 100.000 te betalen. Alle variabelen zijn bekend (X is bekend, n is bekend), behalve dus ‘i’. Je zou dan aansluiting kunnen zoeken bij de rente die de bank bereid is te vergoeden over een deposito dat je 10 jaar vastzet. Laten we optimistisch zijn en van 4% uitgaan.
Vullen we de formule in, dan is X gelijk aan 100.000/(1 + 0,04)^10 ofwel 67.556. Dit betekent dus ook dat 67.556 x 1,04^10 gelijk moet zijn aan 100.000. Dat is dan ook zo. Zou je het per jaar uitrekenen, dan levert jaar 1 aan rente op 67.556 x 4% = 2.702. Jaar 2 levert je op (67.556 + 2.702) x 4% = 2.810. Dat heet rente op rente en gaat vervolgens zo door totdat je na 10 jaar vanaf heden precies uitkomt op 100.000.

Hetzelfde geldt in feite voor de berekeningen die vaak gemaakt worden in verband met een zogeheten AB-claim ofwel aanmerkelijk-belangclaim. Dat is een fiscale claim van nu 25% op de aanwezige winstreserves in een BV waarvan de aandelen voor de bezitters ervan een AB vormen (dat betekent dat zij ieder tenminste 5% van de aandelen hebben). Laten we voor het gemak uitgaan van (de veelvoorkomende situatie van) een BV met 1 aandeelhouder. Deze aandeelhouder heeft dus 100% van de aandelen in ‘zijn’ BV.  Stel nu dat de winstreserves euro 400.000 bedragen. Zou hij deze winstreserves nu uitkeren of al zijn aandelen nu verkopen, dan is hij gelijk 25% ofwel euro 100.000 aan belasting verschuldigd.

Nu zijn er die beweren dat uitstel van uitkeren (of verkopen) leidt tot een besparing op belastingen. Immers, hoe later je betaalt, hoe groter je rentevoordeel. Er zijn er trouwens niet weinig die dat beweren, ook niet de minsten. Toch klopt er iets niet aan die redenering. In feite gaat die redenering alleen maar op als je het percentage waarmee je het, in dit voorbeeld, genoemde kapitaal van 100.000 oprent tegen een ander percentage dan waartegen je het weer terugrekent.

Stel je voor dat je op die 400.000 een jaarlijks rendement maakt van 6%. Over 10 jaar is die 400.000 dan gelijk aan (400.000 x 1,06^10 )=  716.340. De AB-claim bedraagt op dat moment 25% daarvan ofwel 179.084. Netto hou je na afrekening na 10 jaar dan dus over 537.255.
Zou je nu direct hebben afgerekend, dan zou je zijn begonnen met (400.000 – 100.000) = 300.000 netto. Zou je daar hetzelfde rendement op hebben gehaald, dan zou de uitkomst na 10 jaar gelijk zijn aan 300.000 x 1,06^10 ofwel 537.255.

Doorslaggevend bij dit alles is of je in of buiten de BV hetzelfde rendement behaalt. Als dat zo is, liggen de zaken eenvoudig. Echter, bij de bepaling van het rendement moet rekening gehouden worden met het verschil in belastingheffing in de BV en de belastingheffing privé. Als de hoogte daarvan precies gelijk is of nagenoeg gelijk, dan gaat voorgaande redenering op en kun je net zo goed meteen afrekenen en levert uitstel van heffing niets of nagenoeg niets op en is het hele verhaal over uitstel van heffing en rentevoordeel in feite onzin.

Vergelijken we die tarieven met elkaar dan zien we het volgende.
In de inkomstenbelasting valt vermogen in box 3. Over dat vermogen wordt een fictief rendement berekend van 4%, waarover 30% belasting is verschuldigd. Het vermogen wordt dus in feite belast met 1,2%.

In de BV bedraagt het tarief vennootschapsbelasting over de eerste € 200.000 20%. Wordt de opbrengst uitgekeerd, dan is het tarief inkomstenbelasting (AB-tarief) 25%. Het gecombineerde tarief is derhalve 20% + 25%(100%-20%) = 40%.

Vergelijken we verschillende rendementen met elkaar:
4% Prive 4% -1,2% over 300.000 = 8.400 netto. BV 4% x 400.000 x 60% = 9.600 netto.
5% Prive 5% -1,2% over 300.000 = 11.400 netto. BV 5% x 400.000 x 60% = 12.000 netto.
6% Prive 6% -1,2% over 300.000 = 14.400 netto. BV 6% x 400.000 x 60% = 14.400 netto.
7% Prive 7% -1,2% over 300.000 = 17.400 netto. BV 7% x 400.000 x 60% = 16.800 netto.
8% Prive 8% -1,2% over 300.000 = 20.400 netto. BV 8% x 400.000 x 60% =  19.200 netto.

Het omslagpunt ligt dus bij 6%, dan resteert netto evenveel. Is het rendement lager, dan is de BV voordeliger. Let wel: de instandhoudingskosten (KvK, administratie, jaarrekening, aangifte vennootschapsbelasting) van een BV bedragen al gauw een paar duizend euro per jaar, dus in feite komt het maar weinig voor dat een BV voordeliger is als het om rendementen alleen gaat.

De les van dit alles mag zijn dat de verschillen niet bar groot zijn en dat de BV zelfs nadelig wordt als de rendementen (gehoopt!) toenemen. Soms is er geen keuze en moet de BV in stand blijven, bijvoorbeeld omdat er een pensioenreserve in zit of het vermogen is belichaamd in niet-eenvoudig te liquideren middelen.

About these ads

Reacties zijn gesloten.