Regelmatig komt de vraag naar voren of het voordeliger is om van de eigen B.V. geld te lenen voor de eigen woning dan van de bank. Uiteraard speelt dit alleen een rol als er in de B.V. genoeg geld aanwezig is dat voor de eigenlijke bedrijfsvoering niet nodig is. Vaak staat dat geld op een bank en dat levert in de regel niet veel op. De hoogste rente op moment, zonder voorwaarden, is 2,75%. Zie bijvoorbeeld deze site.
Een cijfervoorbeeld kan verhelderend werken. Stel dat u € 100.000 over hebt in uw B.V. U hebt een hypotheeklening bij de bank van € 400.000 waarover u 5% rente verschuldigd bent. De B.V. neemt die lening tot een bedrag van € 100.000, onder dezelfde voorwaarden, over tegen 5%. Uw schuld aan de bank wordt daarmee € 300.000, die aan uw B.V. 100.000.
Nemen we verder aan dat de hele huidige hypotheekrente in de 52%-schijf valt. De rente die u dan nu over die € 100.000 aan de bank betaalt, kost u dan in privé netto 48% van 5% van € 100.000 is € 2.400.
Zou u diezelfde € 100.000 lenen van uw B.V., dan kost u dat netto natuurlijk ook € 2.400. Edoch, het geld dat uw B.V. binnenkomt, bent u niet definitief kwijt, zoals het geval is bij een lening van een bank. Uw B.V. ontvangt € 5.000 en is daarover (als u dit bedrag direct als dividend zou uitkeren) aan vennootschapsbelasting en dividendbelasting verschuldigd in totaal 40% ofwel € 2.000. De netto-uitkering door uw B.V. aan u in privé is dan € 5.000 – € 2.000 = € 3.000.
Uw netto-kasstroom bestaat derhalve uit een ontvangst van netto € 3.000 minus een netto-betaling aan de B.V. van € 2.400. Dat betekent dat u er per jaar € 600 wijzer van wordt.
Zou u deze ‘move’ niet maken en uw geld bij de B.V. op een deposito laten staan tegen 2,75%, en keert u die rente als dividend uit, dan is daarover 40% belasting verschuldigd (vennootschapsbelasting en dividendbelasting), zodat u netto ontvangt 60% van 2,75% van € 100.000 is € 1.650.
Uw netto-kasstroom bestaat in dat geval uit een ontvangst van netto € 1.650 minus een netto-betaling aan de bank van € 2.400. Dat betekent dan weer dat u dit per jaar € 750 kost.
Het verschil tussen lenen van de bank is dus het ontvangen van netto € 600 of het betalen van netto € 750, ofwel in totaal € 1.350. De moeite waard!
Voor de rekenaars: de uitkomst is te bepalen door toepassing van een simpele formule, waarbij:
A = hypotheekrente die u aan bank betaalt
B = rente die B.V. maakt op deposito
C = netto-opbrengst uitkering dividend (is 100% – 40% = 60%)
D = bedrag van de hypotheeklening die B.V. zou kunnen overnemen
In het gegeven is voorbeeld zijn deze variabelen:
A= 5%
B= 2,75%
C = 60%
D = € 100.000
Voordeel is dan gelijk aan (A – B) x C x D ofwel
5% – 2,75% = 2,25% x 60% x € 100.000 = € 1.350.
Uit het voorbeeld kunt u ook opmaken dat uw voordeel nihil is als de B.V. bij de bank 5% rendement maakt ((5%-5%) x 60% x € 100.000 = nihil)).
Valt u niet in de 52% schijf, maar stel in de 40% schijf, dan zijn uw netto hypotheeklasten 60% x 5% x € 100.000 = € 3.000.
Uw B.V. ontvangt dan natuurlijk eveneens 5% van € 100.000 = € 5.000. Uitkering daarvan als dividend levert u netto 60% van € 5.000 = € 3.000 op.
Uw voordeel is dan nihil: u betaalt netto € 3.000 en u ontvangt netto € 3.000.
Echter, zou u het geld bij de B.V. laten renderen tegen 2,75%, dan zou de B.V. netto maar kunnen uitkeren 60% van 2,75% x € 100.000 = € 1.650.
U betaalt dan netto aan bank € 3.000 en u ontvangt van uw B.V. aan netto-dividend € 1.650. Dat kost u dus € 1.350.
In feite gaat het dus om het rendementsverschil in de B.V. Dat is in het gegeven voorbeeld 5% – 2,75% = 2,25%. Keert u dat uit als dividend, dan houdt u daarvan netto 60% over ofwel 1,35%. Over een bedrag van € 100.000 is dat € 1.350.
De hypotheeklening bij de B.V. kan dus zeker de moeite waard zijn, vooral als u op het punt staat van oversluiten i.v.m. het verstrijken van de rentevaste periode. Banken vragen dan doorgaans een veel hogere rente dan u gewend was, terwijl de vergoeding over deposito’s even matig blijft als altijd.